Portret Margaretha Splinter
Object number020927
TitlePortret Margaretha Splinter
CreatorAnoniem
DescriptionDe Alkmaarse weduwe Margaretha Splinter (†1645) trouwde met de Utrechtse jonkheer Floris van Jutphaes van Wijnestein. In haar testament bepaalde zij dat haar woonhuis aan het Ritsevoort een provenhuis moest worden voor zes vrouwen “ende daerbij elk jaerlijks genieten hondert carolusgulden, te weten elcke vierendel jaers vijfientwintigh gulden”. Na haar dood werd haar huis afgebroken en verrees er op de hoek van het Ritsevoort en de Lindegracht een nieuw provenhuis, ‘Het hofje van Splinter’. Het portret, in een rechthoekige lijst, is binnen een ovaal geschilderd. Achtergrond en kleding zijn stemmig, zodat het gezicht en vooral de kraag sterk opvallen. Het kapje staat in vleugels van de slapen af en is afgezet met minipareltjes, passend bij het parelsnoer om de hals. De platte kanten kraag omringt in een wijde halve cirkel nek en schouders.Margaretha Splinter (overl. 1645) was de echtgenote van de uit Utrecht afkomstige jonkheer Floris van Jutphaes van Wijnestein (?-1644). Toen zij trouwden was zij weduwe van de Alkmaarder Willem Burchgraeff (levensdata onb.). Het paar liet op 15 oktober 1613 een huwelijkscontract opstellen, waarin onder meer bepaald werd dat de opbrengst van hun goederen ten goede zouden komen aan hun gezamenlijke boedel.
Toen Margaretha 26 jaar was getrouwd, liet zij zich portretteren. Vier jaar later liet zij haar testament opstellen. In haar testament, gedateerd 19 november 1643, en de twee toegevoegde codicillen van 10 maart en 13 juni 1645 bepaalde Splinter dat haar woonhuis aan het Ritsevoort een provenhuis moest worden voor zes ongetrouwde arme vrouwen zonder kinderen, 'die elk een camer sullen hebbem, omme daerinne te woonen voor haer leven, ende daerbij elk jaerlijks genieten hondert carolusgulden, te weten elcke vierendel jaers vijfientwintigh gulden'. Verder moest uit haar goederen aan twee arme theologiestudenten gedurende vier of vijf jaar driehonderd gulden worden uitgekeerd.
Nadat zij op 2 december 1645 gestorven was, werd haar huis afgebroken en verrees er op de hoek van het Ritsevoort en de Lindegracht inderdaad een nieuw provenhuis. In de regentenkamer kwam het portret te hangen. Het werd er vermoedelijk direct na de dood van Splinter geplaatst. Vroeger werd hetwel aan Caesar van Everdingen toegeschreven. Vergelijkt men het portret van Margaretha Splinter echter met deze portretten dan wordt de toeschrijving onhoudbaar. Het is 'ouderwetser' dan Van Everdingens portretten.
Object nameschilderij
Object categoryschilderingen
Techniqueschilderen
Dimensions
- geheel hoogte: 87 cm
geheel diameter: 74 cm
geheel diepte: 5.5 cm
Credit lineBruikleen Stichting Margaretha Splinter Fonds
